april: Een beelddenker in de klas?!

Een beelddenker in de klas?!

Ouders met schoolgaande kinderen kennen ze wel; de tienminutengesprekken. ik heb geen schoolgaande kinderen meer, maar ik herinner me deze gesprekken nog goed. Elke keer weer kreeg ik te horen dat het niet goed ging op school. De één had moeite met lezen en spelling en de ander zat vaak in zijn eigen wereld, waardoor zijn resultaten ook niet zo goed waren.  Wat school en wij thuis ook probeerden, de resultaten werden niet beter. Bij beide kinderen werd bij de diagnose verteld dat ze in beelden denken, maar ik had toen geen idee wat dat inhield. Nog steeds zijn er veel kinderen die denken in beelden en nog steeds zijn er ouders en leerkrachten die niet weten wat het inhoudt om in beelden te denken.

Het overgrote deel van de kinderen denkt in taal. Een klein percentage, dat steeds groter wordt, denkt in beelden. Bij het woord ‘boom’ denkt een taaldenker aan het woord, de beelddenker ziet een plaatje van een boom in het hoofd. Het probleem wordt eigenlijk gelijk al duidelijk. Een beelddenker denkt niet in taal terwijl het onderwijs talig wordt aangeboden. De kinderen hebben moeite de talige informatie te onthouden en tijdens de instructie bij de les te blijven. Bij het horen van een woord waar zij hun eigen beeld bij hebben, horen ze niet meer wat de leerkracht zegt. Daarnaast is het voor hen lastig de talige informatie om te zetten in beelden. Ze hebben vaak geen idee waar de leerkracht het over heeft, omdat ze er geen beeld bij hebben. Hierdoor zijn ze snel afgeleid door bijvoorbeeld een voorbij vliegende vogel of iets dat in de klas gebeurt.

Beelddenkers denken veel sneller dan taaldenkers. Wanneer zij een stukje lezen over een gezin, draaien zij in hun hoofd al een eigen film af. Tijdens het verder lezen, gebruiken ze de woorden die zij dagelijks gebruiken. Denk hierbij aan ‘papa’ lezen als er ‘vader’ staat. Kleine woordjes waar de beelddenker geen plaatje van kan maken zoals ‘de, het, een, die, daar enz.’ slaan zij vaak over. Zij hebben deze woordjes niet nodig, omdat zij hun beelden halen uit het grote geheel.

Wanneer de kinderen in groep 3 leren lezen, worden de woorden gehakt en geplakt. De beelddenkers zien geen samenhang tussen die gehakte en geplakte letters. Zij krijgen door het hakken en plakken niet de kans het woord als plaatje op te slaan. Het automatiseren van woordjes, sommetjes tot 10, sommetjes over het tiental heen en de tafels zijn voor kinderen die in beelden denken moeilijk op te slaan. Het automatiseren gebeurt veelal in taal, de kinderen vormen er geen plaatje bij. Door dit alles blijft het lezen en automatiseren bij rekenen vaak achter.

Wanneer het lezen en automatiseren niet lukt, wordt er op de scholen hulp geboden aan de kinderen en thuis wordt er meestal ook flink geoefend. De extra hulp bestaat uit herhalen van de instructie of het op een andere manier uitleggen van de stof. Dit is meer van hetzelfde waar de beelddenker niets mee kan. Niet verwonderlijk dat de ouders van een beelddenker elke tienminutengesprekken weer te horen krijgen dat hun kind wel iets vooruit gaat, maar niet genoeg vorderingen maakt.

De beelddenkers in de klas zijn vaak de kinderen waarvan wordt gezegd dat ze wegdromen tijdens de les, niet geconcentreerd kunnen werken en waarbij de cijfers achterblijven terwijl het kind qua intelligentie de stof wel aan zou moeten kunnen.

Tips voor leerkrachten en ouders:

  • Laat de kinderen nieuw te leren woordjes letter voor letter overschrijven op een leeg wit blaadje en het woord als geheel opslaan.
  • Tijdens het lezen bijwijzen met een gekleurd potlood helpt de kinderen alle woordjes (goed) te lezen.
  • Visualiseer sommen tot 10 en over het tiental heen, zodat de kinderen deze beelden op kunnen slaan.
  • Laat de kinderen de tafel som voor som op een leeg, wit blad schrijven. Zij kunnen de tafel als beeld opslaan.
  • Het is voor de kinderen prettig als zij getallen die uit meerdere cijfers bestaan in kleurtjes op kunnen schrijven. Dit gaat omdraaiing tegen en geeft de kinderen inzicht in getallen.
  • Start de instructie bij een nieuw hoofdstuk of lesonderdeel met het laten zien van het eindproduct, zodat het kind het grote geheel ziet.
  • Visualiseer de instructie door bijvoorbeeld gebruik te maken van mindmaps of plaatjes.
  • Denk nooit dat dit kind ongeïnteresseerd is of wegdroomt, maar onderzoek tegen welke problemen het kind aanloopt in de instructie/stof.
  • Op internet en in het boek ‘ik denk in beelden, jij onderwijst in woorden’ is veel informatie te vinden over beelddenkers.
  • Als u denkt dat uw kind een beelddenker is, kijk dan eens op de site www.ikleeranders.nl.
  • Natuurlijk mag u altijd contact met mij opnemen voor meer informatie over beelddenken en de training die kinderen kunnen volgen om het iets gemakkelijker te maken voor hen.