Had ik maar een toverstafje?!

Had ik maar een toverstafje?!

Veel kinderen en jongeren hebben last van faalangst. De oorzaken hiervan kunnen heel divers zijn. De gevolgen zijn vrijwel bij alle kinderen en jongeren hetzelfde. Zij hebben angst voor het maken van toetsen, het houden van spreekbeurten of het contact maken met anderen. De angst is zo groot dat zij zich er letterlijk ziek door voelen.

Hoofdpijn, buikpijn en misselijkheid zijn symptomen die er allemaal bij horen. Al hebben ze nog zo goed geleerd voor een toets of spreekbeurt, op het moment dat zij moeten presteren, weten zij niets meer. Naderhand, als de stress weg is, weten zij alles weer. Dit alles geeft de jongeren een vreselijk gevoel over zichzelf en over de prestatie die zij moeten leveren. Een gevoel dat zij niet meer willen voelen, maar wat bij elk moment waarop zij moeten presteren, erger wordt. De resultaten van de kinderen en jongeren gaan omlaag. Soms zo erg dat zij een schooljaar over moeten doen of op een lager schoolniveau terecht komen. Jullie zullen begrijpen dat de faalangst hierdoor nog erger wordt.

Het is een negatieve spiraal waarin zij zitten en waar zij zelf niet uit kunnen komen. Meer en beter leren, helpt niets. Zij raken zo gefrustreerd dat zij boze buien krijgen thuis of helemaal niets meer aan hun huiswerk doen. ‘Het heeft toch allemaal geen zin’! Juist deze negatieve gedachte is de oorzaak van alle ellende. Faalangst wordt veroorzaakt door negatieve ervaringen. Een slecht cijfer voor een toets, uitgelachen worden tijdens een spreekbeurt of gepest worden door je klasgenoten. Na de eerste negatieve ervaring denken ze bij het volgende presteermoment:” Als ik maar niet weer een slecht cijfer haal, uitgelachen word, gepest word”. Door deze negatieve gedachten kunnen ze niet meer nadenken tijdens de prestatie. Weer een slechte ervaring is het gevolg. De gedachten worden steeds negatiever en de resultaten steeds slechter. De gevolgen worden steeds groter.

Het is belangrijk de negatieve gedachten om te leren zetten in positieve gedachten. Voor de kinderen dat kunnen, moeten zij een heel moeilijk traject door. We starten een faalangsttraining altijd met inzicht krijgen in de lichamelijke klachten, de emoties die ze voelen en de negatieve gedachten die ze hebben. Het oefenen van negatieve gedachten omzetten in positieve gedachten, komt pas daarna. In deze eerste periode gaan de toetsen, spreekbeurten en het pesten gewoon door. Ze werken hard, maar de negatieve ervaringen blijven op dat moment nog komen. In die periode zou ik zo graag een toverstaf willen hebben. Even met mijn toverstafje zwaaien en de negatieve ervaringen verdwijnen als sneeuw voor de zon.

Het is belangrijk de negatieve gedachten om te zetten in positieve gedachten. Als ze dat kunnen, gaan zij positieve ervaringen opdoen. In plaats van een spiraal naar beneden, onstaat een spiraal naar boven. Ze krijgen steeds meer positieve ervaringen en krijgen eindelijk het idee dat ze wel kunnen. Dat omzetten van negatieve gedachten naar positieve gedachten klinkt gemakkelijker dan dat het is. Iets wat zich in de loop van een aantal jaren heeft opgebouwd, laat zich niet gemakkelijk afbreken. Kinderen en jongeren die een faalangsttraining volgen, moeten heel lang en hard werken om van hun negatieve gedachten, en dus van hun faalangst, af te komen!

Faalangst is geen kleinigheid. Faalangst overwinnen is keihard werken voor de kinderen en jongeren. Zij overwinnen de faalangst met vallen en opstaan. Laten we begrip tonen als zij hard werken de faalangst te overwinnen en super trots op hen zijn als zij hun faalangst hebben overwonnen!