Het is weer Cito-tijd!

Het is weer Cito-tijd!

Alle leerlingen van de basisscholen worden deze periode weer langs de grote landelijke meetlat gelegd. Voor veel kinderen en hun ouders een moment waarop bevestigd wordt wat ze eigenlijk al wel wisten. De score is hoog. Best fijn om dat een paar keer per jaar bevestigd te zien. Voor veel andere kinderen is het echter een periode van stress en angst. De vorige scores waren niet zo hoog en dat gaf alles behalve een goed gevoel. Aan het eind van de kerstvakantie voelden deze kinderen de stress al voor de komende Cito-toetsen. Met buikpijn gingen zij de maandag na de kerstvakantie naar school. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van het afnemen van een landelijk genormeerde toets als de Cito! Waar gaat het fout?

Laten we beginnen met vaststellen waar de Citotoets eigenlijk voor is bedoeld. Doordat de toets landelijk is genormeerd kan inzichtelijk worden op welk niveau een leerling presteert vergeleken met zijn leeftijdsgenoten. De eerste toets geeft in die zin een soort nulmeting aan. Elke volgende toets geeft de leerkracht inzicht in de groei in ontwikkeling op een bepaald vakgebied bij deze leerling. In een goede situatie laat elk kind groei zien. Niet verkeerd om dat bij te houden.

Waar het fout gaat is dat we een A-score als school, ouders en maatschappij beter en knapper vinden dan een D of E score. Scholen worden door de inspectie afgerekend op de Cito-scores van hun school. Ouders en kinderen die lager scoren dan een A worden door andere ouders en kinderen niet voor ‘normaal’ aangezien. Wat is dit voor raars?

Als het rekenniveau van een leerling een D is en elke nieuwe toets laat het kind zien dat er groei is, wat is dan het probleem? Een leerling die een B scoort, wat boven het gemiddelde is, maar geen groei vertoont mag ons toch meer zorgen baren dan de leerling die op zijn eigen niveau groei laat zien. Waarom willen we toch allemaal zo graag dat elk kind maar op zijn tenen moet lopen om een niveau te halen wat hem helemaal niet past? Elk kind heeft een eigen niveau en mag dat ook hebben!

Wat zouden we nu kunnen doen om de Cito-toets zo te gebruiken dat die voor alle kinderen, ouders en leerkrachten iets oplevert wat goed doet. Ik denk dat het al heel goed zou zijn als we de scores eens achterwege laten en na de toets met elk kind in gesprek gaan over wat er te zien is in zijn of haar ontwikkeling. Zie het als een leergesprek met een kind. Kinderen kunnen in zo’n gesprek prima zelf aangeven wat ze nodig hebben om in hun ontwikkeling ondersteund te worden. Laten we de Cito-toetsen gebruiken waar ze voor zijn bedoeld en met de uitkomsten in de hand de kinderen die ondersteuning bieden die ze nodig hebben om verder te groeien. De Cito-toetsen dus niet als ‘krachtmeting’, maar als ‘groeimeting’!