Samen met de gemeente

Bij de start van 12Fly had ik voor ogen dat alle kinderen recht hebben op de hulp die zij nodig hebben. Ongeacht of hun ouders de hulp kunnen bekostigen of niet. Inmiddels voeren wij voor verschillende gemeenten in de omgeving projecten uit waar kinderen die hulp krijgen die zij nodig hebben. Eén van die projecten is kinderen die moeite hebben met schoolse- en sociale vaardigheden in groep 8 begeleiden in de overstap naar het voortgezet onderwijs. Daarnaast bieden we ook een traject aan voor vroeghulp voor kinderen waarbij al op heel jonge leeftijd de eerste zorgen rondom het opgroeien zijn.

Sinds 2015 valt de jeugdzorg onder de gemeenten. In elke gemeente werkt een team van professionals die de juiste hulp voor een kind zoekt. Steeds vaker wordt er ook een beroep op 12Fly gedaan om kinderen en jongeren te begeleiden. De kinderen die bij ons komen via een sociaal team of CJG begeleiden wij op basis van een persoonsgebonden budget, oftewel een PGB.

Veel gemeenten vragen van de zorgaanbieders waar zij mee werken een SKJ-registratie. Onze HBO+ en Masterdiploma’s zijn gericht op het onderwijs en niet op de zorg. Middels een EVC-traject zijn we momenteel hard aan het werk om die SKJ-registratie toch te krijgen. Dit omdat wij het belangrijk vinden dat de zorgaanbieders die met kinderen werken voldoen aan de kwaliteit die kinderen verdienen.

Van groep 8 naar VO

Zorgen over gedrag

Trauma en EMDR

Help; hoe doe ik dat allemaal op het voortgezet onderwijs?

Eén van de meest onderschatte gebeurtenissen in het leven van een tiener is de overgang van groep 8 naar het voortgezet onderwijs. De stap lijkt normaal, maar is gigantisch. Helaas gaat het dan ook weleens mis bij het verlaten van de basisschool. De kinderen gaan naar een school op zijn of haar niveau lekker dicht bij huis. Het niveau dàt is wat alle jaren netjes door de basisschool is bijgehouden. Het feit dat het kind uitblonk in tekenen of alles wist van de natuur, was van ondergeschikt belang. Zo komt het maar al te vaak voor dat kinderen naar een school gaan waar het totaal niets kan met die talenten. De lessen sluiten niet aan bij de interesses van het kind.

Er is een grote groep kinderen die door een ontwikkelingsstoornis op de basisschool altijd achter de feiten aan hebben lopen rennen. Als er iets geleerd werd, waren ze altijd de laatste die het leerde. Dit verandert niet op het voortgezet onderwijs. Vanaf dag één moeten zij hun huiswerk plannen, maken en leren. Deze groep kinderen doen er langer over zich deze vaardigheden eigen te maken en kunnen dat niet direct aan het begin van het eerste leerjaar.

Ook voor kinderen die altijd ‘de beste van de klas’ waren op de basisschool kan dit een gigantische stap zijn. Wat als het kind nooit iets heeft hoeven doen op de basisschool, vervolgens instroomt op een hoog niveau op het voortgezet onderwijs? Dan moeten deze kinderen ineens gaan leren, maar hoe doe je dat?

Als u dit leest, begrijpt u dat de kans dat een jongere de interesse en motivatie verliest een reële kans is. Het gevolg daarvan kan zijn dat de jongere niet oplet op school, geen huiswerk maakt, gaat spijbelen en in het ergste geval uitvalt op school, oftewel de school vroegtijdig verlaat of een thuiszitter wordt.

Dit alles is zo ontzettend jammer en onnodig. Met wat sturing en begeleiding kunnen wij deze kinderen begeleiden om de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs natuurlijker te laten verlopen. Met een zorgvuldig opgezet traject, kunnen wij jongeren op elk niveau beter voorbereiden op het voortgezet onderwijs, zodat zij blijven zwemmen in die grote poel, in plaats van koppie onder gaan.

We starten het traject bij voorkeur aan het begin van groep 8 en begeleiden de kinderen tot het einde van het eerste leerjaar op het voortgezet onderwijs. De eerste periode richten we ons op het aanleren van schoolse vaardigheden als: hoe gebruik ik mijn agenda, leren plannen en leren ‘leren’. Met handige weetjes, overzichtelijke schema’s en met al onze ervaring als leerkracht, leren we de kinderen al de vaardigheden aan die zij op het voortgezet onderwijs nodig hebben.

Vanaf de tweede periode richten we ons ook op de sociale vaardigheden. De overstap naar het voortgezet onderwijs is een onzekere tijd. Veel kinderen zijn angstig voor deze overstap. Ze twijfelen aan zichzelf en aan anderen. Hebben geen idee hoe ze vriendjes moeten maken in hun nieuwe klas en hoe ze zich op dat voortgezet onderwijs het best kunnen gedragen. Door middel van ‘het vriendenprogramma’ werken we aan al deze onzekerheden, zodat de kinderen aan het eind van groep 8 klaar zijn om de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken.

U zult begrijpen dat alles wat we in groep oefenen pas op het voortgezet onderwijs echt wordt toegepast. Dit is de reden dat we de kinderen ook in het eerste jaar op het voortgezet onderwijs begeleiden. Dan maken de jongeren alle geleerde vaardigheden pas eigen.

^

Zorgen over het gedrag van onze kinderen

Jonge kinderen, ja zelfs baby’s, kunnen al gedrag laten zien waar we ons zorgen over maken. Denk maar aan de huilbaby of de boze peuter en kleuter. Het gedrag van een kind wordt bepaald door kindkenmerken, maar ook door opgedane ervaringen in de baarmoeder of tijdens de bevalling en door de omgeving waarin het kind leeft.

Stel dat de bevalling van een baby niet zo gemakkelijk gaat als gehoopt. Dit kan voor zowel de baby als de moeder een traumatische ervaring zijn. De baby slaapt goed, drinkt goed en is rustig. De moeder echter is overbezorgd, zij was immers bijna haar kind kwijt. Moeder heeft hier de angst om haar kind alsnog te verliezen aan over gehouden. De baby voelt de angst die moeder bij zich draagt en reageert door te gaan huilen of door boos te worden. Dit vergroot de angst van moeder weer. “Wat is er mis met mijn kind’? Moeder en kind komen in een cirkel naar beneden.

Andersom kan ook. De baby heeft grote stress ervaren tijdens de bevalling en doet niet anders dan huilen na de geboorte. Ouders proberen alles om hun kind stil te krijgen zonder resultaat. Dit is om wanhopig van te worden. Beide ouders raken gestrest en dit merkt de baby weer. De baby gaat nog meer huilen. Ook nu komen ouders en baby in een cirkel naar beneden.

Niet alleen een bevalling kan problemen veroorzaken bij een jong kind. Als de omgevingsfactoren niet aansluiten bij het jonge kind kunnen er problemen in de ontwikkeling ontstaan. Kinderen laten de problemen die zij ervaren zien door hun gedrag. Zij kunnen immers nog niet vertellen wat er aan de hand is.

Het heeft de voorkeur een begeleidingstraject op te zetten zodra de eerste problemen thuis, op de voorschoolse opvang of op school worden gesignaleerd. Het kind wordt niet los gezien van de omgeving. Voor de begeleiding van het jonge kind is het noodzakelijk dat de omgeving mee beweegt. Het traject dat 12Fly biedt, is gericht op het kind, de ouders en indien het kind al naar school gaat, ook de leerkracht/begeleiding. De omgeving waarin het kind zich begeeft is dusdanig belangrijk dat wij deze niet los kunnen koppelen bij de begeleiding van het kind

^

Traumaverwerking en EMDR

Bij trauma’s denken wij vaak aan ernstige ongelukken of ziekte en overlijden van een ouder. Er zijn echter meer momenten waarop kinderen een trauma op kunnen lopen.

In het jongen leven van een kind veroorzaken onder andere het gevoel van falen en gepest worden ook een trauma. Trauma’s die zijn opgelopen in de vroege jeugd tasten het basisvertrouwen aan, waardoor een kind niet meer tot leren komt en/of ongewenst gedrag laat zien. Geen duidelijke diagnose, wel een kind met problemen in gedrag, met leren, concentratie of hechting.

Hoe kan dat, geen diagnose, wel ‘ander’ gedrag?

Bij gevaar en angst schakelt de mens over naar de overleefstand en we gaan:

  • Vluchten
  • Vechten
  • Verstarren

Kinderen waarbij angst overheerst, laten dit op verschillende manieren zien. Er zijn kinderen die eisen stellen. Ze klampen zich vast aan de ander om geruststelling of troost te krijgen. Sommige laten vechtgedrag, druk gedrag zien. Andere kinderen trekken zich juist terug en creëren hun eigen veiligheid. Ze hebben tijd voor zichzelf nodig om weer controle over de situatie te krijgen. Voor deze kinderen is het van levensbelang dat het basisvertrouwen wordt hersteld. De kinderen ervaren in een angstige situatie veel stress. Bij te veel stress, worden de heftige emoties die het kind heeft ervaren niet verwerkt en passen wij EMDR toe.

Wat houdt EMDR in?

In de droomfase, de REM-slaap (rapid eye movement), worden ervaringen verwerkt die wij gedurende de dag binnen hebben gekregen. In de REM-slaap bewegen onze ogen van links naar rechts, dit verklaart de effectiviteit van de EMDR. Tijdens de EMDR sessies bootsen wij dit na door de ogen van de kinderen heen en weer te laten bewegen. De gedragsspecialist bewerkstelligt dit door de vingers heen en weer te bewegen voor de ogen van het kind.

De kinderen denken terug aan de traumatische ervaring met de daarbij behorende emotionele- en lichamelijke reacties. Door middel van het bewegen van de ogen verwerken de kinderen de emotionele lading van het trauma. De ervaring wordt niet vergeten, maar de bijbehorende emotionele- en lichamelijke reacties verdwijnen. De kinderen schakelen nu niet meer over op hun overleefstand, waardoor zij veel beter in hun vel zitten.

Het is bewezen dat EMDR het meest effectief is bij het verwerken van traumatische gebeurtenissen.

^

Mijn kind is enorm gegroeid in de sociaal emotionele ontwikkeling. Nu kan hij het VO wel aan.